De Familierechtbank vanaf 01 september 2014

FAMILIERECHTBANK

(wet van 30.07.2013)

 

 

De Wet van 30.07.2013 treedt in werking op 01.09.2014.

Bij deze Wet wordt de familierechtbank opgericht.

Het doel van de wet is om het bestaande juridische systeem voor de aanpak van familiale conflicten te vereenvoudigen.

Daar waar men voorheen een versnippering van bevoegdheden had, kon men al naar het gelang het geval terecht bij:

–            De Vrederechter

–            De Rechtbank van Eerste Aanleg

–            De Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg

–            De Jeugdrechtbank

–            De respectievelijke beroepsinstanties van de voormelde rechtbanken.

Met de nieuwe familierechtbank wordt dit alles vereenvoudigd.

De wet heeft een wordingsgeschiedenis van ongeveer 30 jaar.

Ons land doet hierbij een inhaalbeweging ten opzichte van Duitsland en Frankrijk waar sedert jaren Ambtsgerichte für Familiensachen en het Tribunal de grande Instance bestonden met gespecialiseerde rechters in familiezaken in de ruimst mogelijke betekenis.

 

De doelstellingen van de nieuwe wet zijn:

–            Toegankelijkheid, uniformiteit en soepelheid door het principe te hanteren van “1 familie = 1 dossier”

–            De magistraten zullen een bijzondere specialisatie vertonen door doorgedreven opleiding

–            Bemiddeling: de bemiddeling wordt als alternatieve geschillenoplossing doorgedreven aangemoedigd

De indeling van de rechtbank van Eerste Aanleg.

De Rechtbank van Eerste Aanleg bestaat voortaan uit 4 onderdelen:

–            De Burgerlijke Rechtbank

–            De Familie Rechtbank

–            De Correctionele Rechtbank

–            De Strafuitvoeringsrechtbank

De Familierechtbank wordt opgedeeld in 3 kamers:

–            De Familiekamer

–            De Jeugdkamer (met hieronder de kamer voor uithandengeving)

–            De kamer voor minnelijke schikking of bemiddelingskamer

De nieuwe wet hanteert de volgende krachtlijnen:

1.             De rechtelijke organisatie wijzigt door zowel op eerste aanleg als op het niveau van hoger beroep de familiekamers, jeugdkamers en kamers van minnelijke schikking in te stellen

2.             De betrokken magistraten moeten een specifieke opleiding hebben.

3.             De Familierechtbank krijgt alle burgerlijke bevoegdheden in het familierecht in ruime zin terwijl het protectioneel gedeelte (Verontrustende OpvoedingsSituatie (VOS) en als Misdaad Omschreven Feit (MOF)) bekomt.

4.             Aanknopingspunt voor de bevoegde rechtbank is het domicilie van de minderjarige kinderen.

5.             1x een dossier aanhangig gemaakt, wordt hier een familiedossier van gemaakt dat permanent open blijft op de rechtbank (blijvende saisine).

6.             Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen maatregelen die hoogdringend zijn naar hun aard en maatregelen waarvan de hoogdringendheid moet aangetoond worden. De eerste categorie wordt behandeld in kort geding.

7.             Het hoorrecht van de kinderen wordt uitgebreid en geüniformiseerd.

8.             De procedure echtscheiding door onderlinge toestemming (EOT) kan volledig schriftelijk afgehandeld worden indien de scheidende partijen meer dan 6 maanden feitelijk gescheiden leven.

VOORDELEN:

–            De inrichting van de familierechtbank zou leiden tot een efficiëntere verdeling van de werklast en doorlooptijd van een procedure doordat zij binnen 1 rechtbank zou worden afgehandeld

–            Het dossier zal altijd op 1 plaats blijven in plaats van territoriaal te moeten verhuizen door de vroegere bevoegdheidsregels.

–            Het bevoegdheidspakket wordt groter maar ook coherenter.

–            De aanwezigheid van het Openbaar Ministerie in de mededeelbare zaken zou met zich meebrengen dat er uitgebreidere onderzoeksmaatregelen mogelijk zijn.

–            De inrichting van de Familierechtbank leidt automatisch tot specialisering van de betrokken magistraten.

Hieronder vindt U een summier overzicht van alle familierechtelijke bevoegdheden waarvoor de Familierechtbank bevoegd zal zijn:

–            Primair en secundair huwelijksstelsel van de echtgenoten (art. 221 en 223 B.W.)

–            Geschillen omtrent dringende maatregelen tussen wettelijke samenwonenden (art. 1479 B.W.)

–            Geschillen omtrent dringende maatregelen durende de echtscheidingsprocedure

–            Ouder gezag, verblijfsregeling van de kinderen, onderhoudsbijdrage

–            Echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (EOO) en door onderlinge toestemming (EOT)

–            Onderhoudsverplichtingen tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden tijdens en na de relatie

–            Wettelijke samenwoonst

–            Afstammingsrecht

–            Adoptie en pleegvoogdij

–            Grensoverschrijdend ouderlijk gezag en verblijfsregeling

–            Huwelijk in het algemeen (nietigheid, huwelijk van minderjarigen, beroep tegen beslissing ambtenaar burgerlijke stand).

–            Akte van verklaring van afwezigheid

–            Ontvoogding

–            Nalatenschappen, schenkingen en testamenten

–            Vereffening en verdeling

–            Voortdurende onmogelijkheid om het ouderlijk gezag uit te oefenen